Fragmenten

Fragment uit hoofdstuk 1
Dat mijn scheelzien mij, medio zomer 2010, wederom ‘parten speelde’ moge blijken uit de volgende ervaring …… Tijdens een gesprek gaf ik aan dat ik hoognodig iets moest eten want, zo verontschuldigde ik mijzelf, ‘ik zie scheel van de honger’. Mijn gesprekspartners keken mij quasi verbaasd aan en reageerden als volgt. Marjelle: ‘Dat kan niet, dat deed je toch al!’ Jitske vroeg ‘belangstellend’: ‘Kan het nog erger dan?’ ‘Hoezo?’ vroeg ik. Háár ‘warme’ reactie was: ‘Had je het maximum nog niet bereikt dan?’ ………
Uit ‘Als een Schaduw’,
§ 1.1 Geboorte, jeugd- en jongere jaren

Fragment uit hoofdstuk 1

Aan Jitske vertelde ik over mij ontdekkingen tijdens dat weekend. Mijn ziekenhuisopname in oktober/december 2008 als gevolg van zelfverwaarlozing was niets anders geweest dan een bijna perfecte onbewuste zelfmoordpoging. Ik zeg met nadruk bijna perfect. Want het was een ‘poging’ die uiteindelijk niet is geslaagd. Aan Lars, een vriend van destijds, had ik in B. kort na ‘De Crash’ beloofd dat ik geen — actieve — poging tot zelfmoord meer zou ondernemen. Hij was degene die mij vertelde dat zelfmoord een gigantische impact zou hebben op Jean-Paul en dat zoiets nog generaties lang door kon werken. Maar het zou niet alleen op Jean-Paul maar op heel mijn naaste omgeving van verstrekkende invloed zijn geweest. Let wel: ik zou dus geen actieve pogingen meer ondernemen. Het venijn zat ‘em dan ook in de staart van die belofte: ik heb dus inderdaad geen actieve poging meer ondernomen. Om met de woorden van Jitske te spreken: het was geen agressieve poging. Maar ondertussen.
Uit ‘Als een Schaduw’, § 1.8 Mijn suiïcidewensen

Fragment uit hoofdstuk 5
Het doel van de dsm-iv was, volgens de grondleggers zelf, het geven van heldere beschrijvingen van de diagnostische categorieën om het clinici en onderzoekers mogelijk te maken diagnosen te stellen, er over te communiceren, onderzoek te doen en de verschillende psychische stoornissen te behandelen. In de aanwijzingen voor het gebruik van de handleiding wordt vervolgens het gebruik van de categorie ‘nao’ (Niet Anderszins Omschreven’) gelegitimeerd. Want, zo stellen de schrijvers, ‘het is onmogelijk voor een diagnostische nomenclatuur elke mogelijke situatie af te dekken.’

Zoal je als diagnosticus nog mocht twijfelen (hetgeen volgens mij dus niet zo vaak voor komt), dan staat ‘code 301.9’ uit de dsm-iv voor jou als psychiater tot je beschikking. Deze categoriecode dient voor stoornissen in het persoonlijk functioneren die niet voldoen aan de criteria van een van de specifieke persoonlijkheidsstoornissen.

Dorothy Rowe merkt hierover op:  ‘All of us are already in the fourth edition of the dsm. According to my copy, on page 673, it states, “301.9 Personality Disorder Not Otherwise Specified”. That’s you.’

Veelzeggend detail hierbij is dat dankzij deze ‘escape’ de code 301.9 (persoonlijkheidsstoornis nao) de meest gestelde diagnose is!
Uit ‘Als een Schaduw’, § 5.1 Kritische kanttekeningen bij de DSM

Fragment uit hoofdstuk 11
‘Wat ik ook aandroeg aan voorbeelden van zelfreflectie, het was nooit goed. Iemand beweerde zelfs tijdens een telefoongesprek in de nazomer van 2009 dat ‘ik nog lang, lang niet diep genoeg was gegaan’. Hoezo, nog lang niet diep genoeg? Wat is dan het criterium van ‘diep genoeg gaan’? Had ik dan eerst een geslaagde poging tot zelfdoding moeten ondernemen? Het zou in ieder geval dan wel als ‘voordeel’ hebben gehad dat het volgen van een therapie geen onderwerp van discussie meer was geweest.
Uit ‘Als een Schaduw’, § 11.6 Over het volgen van therapieën

 ‘Als domheid door mensen per
definitie bij die mensen zélf pijn zou doen,
zouden zij zich waarschijnlijk óf minder dom gedragen óf
werden er massa’s meer pijnstillers voorgeschreven.

Dat laatste biedt slechts één voordeel:
de farmaceutische industrie vaart er wel bij,
ze kan dan namelijk nog meer omzet genereren.
Alleen blijven de mensen zich dan wel dom gedragen.’

Tico Obrechts

——————————————————————————–

H&H Color Lab